info voor journalisten:
Danielle Bom
Danielle.Bom@sdworx.com
Om hooggekwalificeerde werknemers aan te trekken en het fiscale klimaat voor hen te verzachten bestaat er in Nederland de 30%-regeling. In de afgelopen jaren is gebleken dat de voorwaarden om deze 30% regeling toe te passen wellicht te soepel zijn. Jaar na jaar worden immers steeds meer beschikkingen door de Belastingdienst afgegeven. De Belastingdienst is van oordeel dat de maatregel hierdoor zijn doel ontloopt.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een aantal ingrijpende wijzigingen voorgesteld in het Belastingplan 2012 om het toepassingsgebied te beperken (en één verruiming). Naar verwachting zal dit voorstel zonder aanpassing worden aangenomen.
Huidige regeling
1. Zowel hooggekwalificeerde buitenlanders (niet-Nederlandse inwoners) als hooggekwalificeerde Nederlanders, die een tijd in het buitenland woonden en werkten, kunnen aanspraak maken op de 30% regeling. Ook Nederlanders die naar het buitenland worden uitgezonden kunnen de 30% regeling aanvragen. Deze categorie wordt echter niet getroffen door de huidige wetsvoorstellen en zal dan ook hier verder buiten beschouwing worden gelaten.
2. Met toepassing van de 30% regeling kan, zonder nader bewijs, 30% van het loon inclusief de vergoeding, of 30/70 van het loon exclusief de vergoeding worden verstrekt als vrije vergoeding voor extraterritoriale kosten. Werknemers dienen wel aan te tonen, dat zij hoogopgeleid zij en dat hun expertise niet (of nauwelijks) te vinden is op de Nederlandse arbeidsmarkt. Het inkomen dat zij hiervoor ontvangen, is in beginsel niet van belang.
3. In principe kunnen werknemers 10 jaar genieten van deze fiscale faciliteit. De periodes waarin werknemers in de 10 jaar voorafgaand aan de toepassing van de 30% regeling reeds in Nederland woonden of werkten, worden in mindering gebracht van deze 10 jaar (kortingsregeling).
4. Buitenlandse promovendi die na hun afstuderen in Nederland blijven, zijn niet ‘in het buitenland aangeworven’. Zij kunnen nu dus niet als ‘inkomende werknemer’ worden beschouwd en dus geen aanspraak maken op de 30% regeling.
Voorstellen tot aanpassing
1. Buitenlanders moeten voortaan verder dan 150 kilometer van de Nederlandse grens wonen om aangezien te worden als ‘buitenlander’. Buitenlanders uit deze grenszone van 150 kilometer breed zouden dus voortaan niet meer worden beschouwd als ‘buitenlanders’. Dit heeft tot gevolg, dat inwoners van België, Luxemburg en een groot deel van Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië worden uitgesloten van de 30% regeling.
2. De kortingsregeling wordt verlengd tot een toetsperiode van 25 jaar. Hier zullen vooral terugkerende Nederlanders door worden getroffen.
3. De hooggekwalificeerde werknemers zullen voortaan ook een hoog salaris moeten verdienen. De salarisnorm geldt voor 2011 en wordt jaarlijks geïndexeerd. De norm refereert aan het salaris dat daadwerkelijk wordt belast. De vrije kostenvergoeding onder de 30% regeling telt dus niet mee. Dit betekent volgens de huidige plannen dat het brutosalaris minimaal € 72.313,00 moet bedragen (70% van € 72.313,00 = € 50.619,00).
4. Ook buitenlandse promovendi, die na hun promotie in Nederland blijven werken, zullen voor de 30% regeling in aanmerking kunnen komen. Binnen 1 jaar na de promotie dient de tewerkstelling te zijn begonnen. Daarnaast geldt er ook voor de promovendi een – weliswaar verlaagde – salarisnorm. Ook hier geldt, dat de salarisnorm refereert aan het salaris dat wordt belast. Het brutosalaris zal minimaal € 38.008,00 moeten bedragen (70% van € 38.008,00 = € 26.605,00).
In beginsel zullen de reeds afgegeven beschikkingen worden geëerbiedigd. In de huidige wetgeving is echter opgenomen, dat er een toetsmoment kan plaatsvinden na 5 jaar. Slaagt de werkgever er niet in aan te tonen, dat de werknemer nog altijd voldoet aan de voorwaarden, wordt de regeling gekort tot het moment waarop niet meer werd voldaan. Maar niet tot minder dan vijf jaar.
Indien dit toetsingsmoment zich voordoet na 1 januari 2012 zal moeten worden getoetst aan de dan geldende voorwaarden. Voor veel werknemers zal dit dan niet meer het geval zijn. Slechts werknemers die voor 1 januari 2012 de 30%-regeling al langer dan vijf jaar toepassen, zullen voor de resterende looptijd recht behouden op de regeling. Een voorbeeld: Een Belg, die vanuit Antwerpen is aangeworven en per 1 juli 2008 gebruik maakt van de 30%-regeling, zal dus per 1 juli 2013 niet meer voldoen aan de voorwaarden. Op het moment van aanwerven was hij immers woonachtig binnen 150 kilometer van de grens. De werknemer kan de regeling dan niet meer toepassen. Had hij al per 1 juli 2006 gebruik gemaakt van de regeling, kan hij de regeling de maximale looptijd van 10 jaar toepassen. Op 1 januari 2012 maakt hij immers langer dan 5 jaar gebruik van de regeling.
Overigens blijkt in de praktijk dat de Belastingdienst slechts sporadisch gebruik maakt van dit toetsmoment. Wellicht dat in dit kader het toezicht zal worden aangescherpt.
Bovenstaande maatregelen zullen nader worden uitgewerkt in een wijzigingsbesluit. Zodra hierover meer bekend is, verneemt u weer van ons.
Madeleine Blatter, Consultant Tax & Legal