info voor journalisten:
Jan Henk van Bennekom
Jan-Henk.vanBennekom@sdworx.com

Share
Printer View

Nieuwe aanwijsregels toepasselijke sociale zekerheidswetgeving

21-Apr-2010

Nieuwe aanwijsregels voor de toepasselijke sociale zekerheidswetgeving bij grensoverschrijdende tewerkstelling binnen Europa

Werkgevers en werknemers die vanaf 1 mei 2010 voor de eerste keer grensoverschrijdend werken of die hun bestaande situatie wijzigen zullen rekening moeten houden met de aanwijsregels die opgenomen zijn in de nieuwe Europese basisverordening en uitvoeringsverordening (respectievelijk VO  883/04 en VO 987/09).

Deze nieuwe verordeningen vervangen de huidige VO 1408/71 en VO 574/72 die na meer dan 30 jaar aan een actualisering, modernisering en vereenvoudiging toe zijn.

De basisprincipes die de toenmalige Europees Economische Gemeenschap bij haar oprichting, vijftig jaar geleden, ter “bevordering van het vrij verkeer van werknemers” vastgesteld heeft blijven echter dezelfde:

  • coördinatie in plaats van harmonisatie
  • gelijke behandeling van alle Europese burgers
  • samentellen van tijdvakken van verzekering of arbeid indien noodzakelijk
  • exporteerbaarheid van uitkeringen


De belangrijkste wijzigingen vanaf 1 mei 2010:

  • Detachering tot 24 maanden zonder toestemming ontvangende lidstaat

Momenteel kan een werkgever zijn werknemers gedurende maximaal 12 maanden detacheren naar een andere lidstaat. Blijven de werknemers meer dan 12 maanden dan moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarnaar de werknemer of zelfstandige gedetacheerd wordt hun toestemming geven. Vanaf 1 mei 2010 is deze toestemming slechts vereist als de detachering langer duurt dan 24 maanden.

  • Gelijktijdige tewerkstelling in verschillende lidstaten voor 1 werkgever: substantiële activiteiten in woonstaat vereist

Een werknemer die gelijktijdig in verschillende lidstaten werkt valt onder de sociale zekerheidswetgeving van de lidstaat waar hij woont.

Vb. Een Nederlandse werknemer die werkt voor een Nederlandse werkgever en een Belgische werkgever betaalt op zijn volledige loon Nederlandse sociale zekerheidsbijdragen.

Indien deze werknemer voor één werkgever in verschillende lidstaten werkt, bepaalt de nieuwe verordening dat de sociale zekerheidswetgeving van de woonstaat van toepassing is als er substantiële activiteiten worden verricht in de woonstaat. Indien er geen substantiële activiteiten worden verricht in de woonstaat, dan is de wetgeving van de lidstaat waar de werkgever gehuisvest is van toepassing.

Substantiële activiteiten worden in de uitvoeringsverordening gedefinieerd als activiteiten die minstens voor 25% van de arbeidstijd moeten worden verricht in de woonstaat of waarvoor men in de woonstaat minstens 25% van het loon of omzet ontvangt.

Vb. Een Nederlandse werknemer werkt voor een Duitse onderneming gedurende 4 dagen in Duitsland en 1 dag per week thuis. Duitsland wordt aangeduid als bevoegde staat. Op het loon van de werknemer moeten Duitse sociale zekerheidsbijdragen betaald worden.

Indien deze werknemer 2 dagen thuis mag werken en 3 dagen in Duitsland, dan is Nederland bevoegd en moeten er Nederlandse sociale zekerheidsbijdragen betaald worden.

Verordening 1408/71 vereist geen substantiële activiteiten in de woonstaat, een tewerkstelling van 1 dag per maand is momenteel voor de meeste lidstaten voldoende.


Overgangsregeling
De nieuwe aanwijsregels treden in werking vanaf 1 mei 2010 voor alle nieuwe situaties. Personen op wie de wetgeving van een andere lidstaat van toepassing is dan diegene die op basis van de nieuwe aanwijsregels van toepassing zouden worden, genieten nog gedurende 10 jaar van een overgangsregeling. Dit betekent dat de bestaande wetgeving van toepassing blijft tenzij zij er voor kiezen eerder onder de nieuw toepasselijke wetgeving te vallen.


Financiële consequenties voor de werknemer en werkgever?
Een overschakeling van de ene naar de andere bevoegde lidstaat kan in bepaalde situaties voordeliger zijn, in andere situaties kan dit ook nadelige financiële gevolgen hebben. Bovendien kan de uitkomst ook nog verschillen voor werkgever en werknemer.

Op basis van onze berekeningen in de situatie Nederland/België is bijvoorbeeld gebleken dat de meeste werknemers die voor een Belgische werkgever in België en Nederland werken er financieel op achteruit gaan volgens de nieuwe regeling. Alleen Nederlanders met een inkomen minder dan 50.000 € die voor een Belgische werkgever gelijktijdig in België (4 dagen per week) en Nederland (1 dag per week) werken hebben er belang bij om sneller over te schakelen.

Hetzelfde geldt voor Nederlanders die momenteel bestuurder zijn van een Belgische vennootschap en daarnaast nog activiteiten als werknemer verrichten in Nederland. Voor deze personen kan het ook interessanter zijn om sneller de nieuwe aanwijsregels te laten toepassen.

“Wij raden organisaties aan die op basis van de nieuwe regeling aan een andere wetgeving onderworpen zijn te laten onderzoeken of de nieuwe wetgeving voor hen wijzigingen tot gevolg heeft. Het is belangrijk voor zowel werkgever als werknemer hiervan op de hoogte te zijn en de mogelijkheden te inventariseren en optimaliseren.” Aldus Mr. Jessica Boonekamp, Legal Consultant SD Worx Nederland B.V.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met SD Worx:
Daniëlle Bom, tel. 076 523 10 00, danielle.bom@sdworx.com