Slapend dienstverband in strijd met het goed werkgeverschap

Door Jilly El Moridi - 1 oktober 2019 - Leestijd: 3 Minuten

Wet- en regelgeving

In april publiceerden we er ook al een artikel over: "Het slapend dienstverband en de toelaatbaarheid daarvan." Verschillende rechtbanken hielden daar tot nu toe een andere opvatting op na. En daarom bracht Advocaat-generaal De Bock er op 18 september jongstleden een advies over uit aan de Hoge Raad. Hierdoor gaat er hoogstwaarschijnlijk meer duidelijkheid komen over of het in stand houden van een dienstverband toelaatbaar is.

Advies aan de Hoge Raad

Een werkgever is volgens advocaat-generaal De Bock in beginsel verplicht om op verzoek van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer een slapend dienstverband te beëindigen. De werknemer heeft in dat geval ook recht op de transitievergoeding. Het goed werkgeverschap brengt met zich mee dat een werkgever een werknemer niet in een slapend dienstverband mag houden met als enige reden om de betaling van de transitievergoeding te ontlopen. Nu er een wet is waarin is geregeld dat werkgevers door het UWV worden gecompenseerd voor betaling van de transitievergoeding aan een langdurig arbeidsongeschikte werknemer, mogen de kosten voor het betalen van een transitievergoeding voor advocaat-generaal De Bock geen reden meer vormen niet tot beëindiging van het dienstverband over te gaan. 

Uitzonderingen op verplichting tot beëindiging slapend dienstverband 

Deze verplichting kan niet op de werkgever rusten als de werkgever gerechtvaardigde belangen heeft om de arbeidsongeschikte werknemer toch in dienst te houden. Advocaat-generaal De Bock benoemt dat in de volgende situaties mogelijk redelijkerwijs niet van de werkgever verwacht kan worden om in te stemmen met een beëindiging van het dienstverband:

  • het bestaan van reële re-integratiemogelijkheden voor de werknemer, waardoor de werkgever een belang heeft bij het in dienst houden van de werknemer;
  • financiële problemen van de werkgever door het moeten voorfinancieren van de transitievergoeding tot de periode tot de inwerking van de Wet compensatie transitievergoeding (vanaf 1 april 2020);
  • het niet (geheel of gedeeltelijk) gecompenseerd zullen krijgen van de transitievergoeding;
  • mogelijke andere belangen van de werkgever bij het in dienst houden van de werknemer, anders dan de enkele wens om de transitievergoeding niet te hoeven betalen.

En nu?

Het advies van de advocaat-generaal is een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad, die vrij is het advies al dan niet te volgen. Het is afwachten of de Hoge Raad het advies van de advocaat-generaal volgt. Wanneer de Hoge Raad uitspraak doet is nog niet bekend. Uiteraard zullen wij te zijner tijd een update geven. 

 

Gerelateerde artikelen

refresh Meer artikelen