Nieuwe pensioenstelsel: Overeenstemming over de uitwerking van het pensioenakkoord

Door Jilly El Moridi - 10 juli 2020 - Leestijd: 3 Minuten

Pensioen

Een jaar na het sluiten van het pensioenakkoord, hebben het kabinet en de sociale partners definitief overeenstemming bereikt over de uitwerking daarvan. Op 1 januari 2022 moet de nieuwe pensioenwetgeving in werking treden en uiterlijk op 1 januari 2026 moeten alle pensioencontracten in overeenstemming zijn met het nieuwe pensioenwetgeving.

Afspraken nieuw pensioenakkoord

In het nieuwe pensioenakkoord zijn onder meer afspraken gemaakt over de AOW-leeftijd. In 2020 en 2021 blijft de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden. Hierna stijgt de AOW-leeftijd met 3 maanden per jaar, tot 67 jaar in 2024. Vanaf 2025 stijgt de AOW-leeftijd 8 maanden per jaar dat we langer leven. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting. 

Daarnaast zijn afspraken gemaakt over aanpassing van het nabestaandenpensioen en over werknemers die geen pensioen opbouwen. Ook krijgen werknemers met zware beroepen de mogelijkheid om eerder te stoppen met werken. Dit kunnen zij doen door bijvoorbeeld extra verlof te sparen en dit tot de pensioendatum in te zetten of door met vervroegd pensioen te gaan. Werknemers krijgen voortaan ook de keuze om een deel van de opgebouwde pensioenuitkering (maximaal 10%) op de pensioeningangsdatum als bedrag ineens op te nemen. 

Verder zijn er afspraken gemaakt over aanpassingen van het pensioen dat werknemers via hun werkgever opbouwen. Het nieuwe pensioenstelsel wordt transparanter, omdat werknemers en gepensioneerden duidelijker inzicht krijgen in het door hun opgebouwde pensioen. Doordat  pensioenaanspraken uit het huidige stelsel zoals dekkingsgraden en rekenrente worden losgelaten,  kunnen pensioenen eerder meebewegen met de stand van de economie. Mee- en tegenvallers in de pensioenopbouw worden gespreid, waardoor financieel slechte jaren kunnen worden gecompenseerd door goede jaren. Op basis van het nieuwe pensioenstelsel moeten pensioenfondsen een collectieve solidariteitsreserve aanhouden. Hiermee kunnen risico’s beter worden gedeeld en blijft het pensioen ook een leven lang gegarandeerd. Onder het  nieuwe stelsel zal niet langer sprake zijn van een schommelende premie, die blijft  stabiel, wat zekerheid biedt  voor zowel de werknemers en gepensioneerden als de werkgevers.

Ook de zzp’er is meegenomen in het nieuwe pensioenakkoord. Voor hen gaat een wettelijke verzekeringsplicht tegen het arbeidsongeschiktheidsrisico gelden en ze krijgen de mogelijkheid om zich net als werknemers vrijwillig bij een pensioenfonds aan te sluiten in de sector of het bedrijf waarvoor de zzp’er werkzaam is. 

Wat betekent het nieuwe pensioenstelsel voor jou als werkgever?

De nieuwe pensioenwetgeving vraagt om aanpassing van alle bestaande pensioenovereenkomsten. De opbouw van nieuwe pensioenaanspraken wordt afhankelijk van de premie die in de pensioenovereenkomst is afgesproken en van de kostprijs van het pensioen. De kostprijs van het pensioen is op haar beurt weer afhankelijk van de rente en de levensverwachting. Werkgevers zullen dus opnieuw moeten bekijken hoe zij de pensioenopbouw willen regelen voor hun werknemers en moeten hierover in gesprek met hun pensioenuitvoerder. 

Als werkgever moet je er rekening mee houden dat voorgenomen wijzigingen van de pensioenregeling moeten worden voorgelegd aan de ondernemingsraad. De ondernemingsraad heeft ten aanzien van dit onderwerp namelijk een instemmingsrecht.  Zijn er echter al afspraken in een cao over de pensioenen of is er sprake is van verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds, dan heeft de ondernemingsraad dat recht niet. 

Gerelateerde artikelen