Werkgevers krijgen extra tijd om te voldoen aan administratieve vereisten lage WW-premie

Door Jilly El Moridi - 19 december 2019 - Leestijd: 4 Minuten

Wet- en regelgeving

 Afgelopen maanden hebben we je geïnformeerd over de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) die op 1 januari 2020 in werking treedt. Met de komst van de WAB komt de sectorpremie te vervallen, een premie afhankelijk van de sector waarin de werkgever is ingedeeld. Daarvoor in de plaats komen twee soorten WW-premies: de hoge en de lage premie. Minister Koolmees heeft per brief van 9 december jl. aan de Tweede Kamer laten weten dat werkgevers drie maanden extra de tijd krijgen om te voldoen aan de administratieve vereisten voor de lage WW-premie. Wij leggen je graag uit wat dit concreet betekent.

extra tijd

WW-premiedifferentiatie naar de aard van het contract

Alle flexibele contracten (oproepcontracten en bepaalde tijd contracten) zullen te maken krijgen met een hoge WW-premie. De lage premie is bedoeld voor alle vaste contracten (arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd met een vaste arbeidsomvang). Er moet aan drie cumulatieve vereisten worden voldaan om in aanmerking te komen voor de lage premie: 

  • er is sprake van een schriftelijk arbeidscontract, en;
  • het contract geldt voor onbepaalde duur, en; 
  • er is geen sprake van een oproepcontract.

De regering wenst werkgevers zo stimuleren om meer werknemers een vast contract aan te bieden. Daarom betaalt de werkgever vanaf 1 januari 2020 een lage WW-premie voor werknemers met een vast contract en een hoge WW-premie voor werknemers met een flexibel contract. De hoge premie zal 7,94% bedragen en de lage premie 2,94%. 

Drie maanden extra de tijd om te voldoen administratieve vereisten voor lage WW-premie

Dit betekent dat de werkgever gelijk gebonden is aan de hoge premie als een schriftelijke arbeidsovereenkomst in de loonadministratie ontbreekt. Volgens minister Koolmees hebben werkgeversorganisaties aangegeven dat niet alle werkgevers in staat zullen zijn om vóór 1 januari 2020 een door beide partijen ondertekend schriftelijk contract of addendum voor al hun werknemers in hun loonadministratie op te nemen. In samenspraak met de Belastingdienst geeft minister Koolmees werkgevers daarom drie maanden extra de tijd om te voldoen aan deze administratieve vereisten voor de lage WW-premie. Concreet betekent dit dat je als werkgever de lage WW-premie mag afdragen, ook als het vast contract (niet zijnde een oproepovereenkomst) nog niet schriftelijk is vastgelegd of als het contract of addendum nog niet door beide partijen is ondertekend. In deze situatie mag je als werkgever in de loonaangifte de indicatierubriek ‘schriftelijke arbeidsovereenkomst’ vullen met ‘ja’. Let op: deze coulance geldt alleen voor contracten van werknemers die voor 1 januari 2020 in dienst zijn getreden. 

En nu?

Heb je als werkgever een werknemer in dienst met een vast contract (niet zijnde een oproepovereenkomst), maar ontbreekt een ondertekend schriftelijk contract of addendum in het dossier? Zorg dan dat je uiterlijk 1 april 2020 een door beide partijen ondertekend schriftelijk contract of addendum verkrijgt waaruit blijkt dat de werknemer reeds op uiterlijk 31 december 2019 voor onbepaalde tijd in dienst was. Tot 1 april 2020 mag je dan alvast gebruik maken van de lage WW-premie. Let op, als er op 1 april 2020 alsnog geen door beide partijen ondertekend schriftelijk contract of addendum is en het contract wel voortduurt, is met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020 alsnog een hoge WW-premie verschuldigd. 

Gerelateerde artikelen

refresh Meer artikelen