Hoofdpunten miljoenennota belastingplan en arbeidsrecht 2018

Door Ralph Koks - 19 september 2017 - Leestijd: 6 Minuten

Wet- en regelgeving

regeerakkoord 

1. Hoofdpunten Miljoenennota en Belastingplan 2018

Uit de Miljoenennota en het Belastingplan 2018 hebben wij de belangrijkste onderwerpen op het gebied van loonheffingen voor u op een rijtje gezet. Let op: de aangekondigde maatregelen zijn nog niet definitief en moeten nog in het parlement worden behandeld. De maatregelen kunnen daarom nog veranderen!

Tarief schijven

De grenzen van de schijven zijn allemaal verruimd, zodat een persoon langer in een schijf zit.
sdworx prinsjesdag2017 1

Het tarief van de tweede schijf en derde schijf gaan 0,05% om hoog. Het tarief in de vierde schijf van de inkomstenbelasting wordt in 2018 met 0,05% verlaagd, waardoor het hoogste tarief uitkomt op 51,95%. 
sdworx prinsjesdag2017 2

Algemene heffingskorting en Arbeidskorting

De algemene heffingskorting stijgt met € 11,- en komt nu uit op € 2.265,-
De arbeidskorting wordt met € 26,- verhoogd naar € 3.249,-

sdworx prinsjesdag2017 3

Afschaffen fictieve dienstbetrekking voor niet-uitvoerende bestuurders vennootschap

De fictieve dienstbetrekking voor een niet-uitvoerende bestuurder vennootschap wordt afgeschaft. Hiermee wordt de situatie gelijkgetrokken met een fictieve dienstbetrekking voor Commissarissen.

Beperking toepassing heffingskortingen buitenlandse belastingplichtigen

Buitenlandse belastingplichtigen zijn te onderscheiden in kwalificerende en niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen. Behoort de werknemer tot de eerste groep dan is hij o.a. woonachtig in een andere lidstaat van de EU, BES-eilanden, Zwitserland of contractland en is het inkomen voor minimaal 90% in Nederland onderworpen aan de loonbelasting of inkomstenbelasting.

Bij het onderscheid tussen deze groepen is met name van belang dat de niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen geen recht hebben op de heffingskortingen.

Bij de berekening van de loonheffing wordt nu nog geen onderscheid in deze groepen gemaakt en moet e.e.a. met een aanslag IB achteraf worden gecorrigeerd. In de overige fiscale maatregelen 2018 is aangekondigd dat vanaf 2019 in de berekening van de loonheffing onderscheid gemaakt wordt tussen beide groepen. 


2. Hoofdpunten Arbeidsrecht en Sociale zekerheid

Afschaffing premiekortingen en invoering Wet tegemoetkoming loondomein

Voor werkgevers verdwijnen op 1 januari 2018 de premiekortingen voor jongere, oudere en arbeidsgehandicapte werknemers. Hiervoor komen vanaf 2018 loonkostenvoordelen (LKV’s) in de plaats. LKV’s gelden voor ouderen en mensen met een arbeidsbeperking, zoals een ziekte of handicap.

Daarnaast kunnen werkgevers vanaf 1 januari 2018 een tegemoetkoming krijgen voor jongeren van 18 tot en met 21 jaar. Dit moet bedrijven stimuleren om meer jongeren aan te nemen. De tegemoetkoming compenseert werkgevers voor de verhoging van het minimumjeugdloon die vanaf 1 juli 2017 is ingevoerd. Uitbetaling van LKV’s en minimumjeugdloonvoordeel over 2018 vindt in 2019 plaats.

Lage-inkomensvoordeel

Het Lage-inkomensvoordeel (LIV) is een tegemoetkoming aan werkgevers met als doel om banen in loondienst te creëren voor werknemers met een laag inkomen. Per werknemer met een uurloon van tussen de 100 en 110% van het minimumloon is de tegemoetkoming aan werkgevers maximaal € 2.000 per (kalender)jaar. Bij een uurloon tussen de 110 en 125% van het minimumloon is de tegemoetkoming € 1.000 per jaar. Als voorwaarde geldt dat in het betreffende jaar minimaal 1248 uur gewerkt is.

Minimumjeugdloonvoordeel

Per 1 januari 2018 gaat het Minimumjeugdloonvoordeel (Jeugd-LIV) in. De opzet is vergelijkbaar met het reguliere LIV, behalve dat er geen urencriterium per jaar geldt en er andere looneisen gelden, die ook per leeftijdsgroep verschillen. De hoogte van het Jeugd-LIV is afhankelijk van de leeftijd van de werknemer.

sdworx prinsjesdag 2017 4

Loonkostenvoordelen

Per 1 januari 2018 zullen de Loonkostenvoordelen (LKV) worden ingevoerd:

  • LKV Ouderen
    Als een werkgever een uitkeringsgerechtigde aanneemt van 56 jaar of ouder, geeft dat recht op het LKV Ouderen. De tegemoetkoming is maximaal € 6.000 per jaar. De maximale duur van de tegemoetkoming is 3 jaar minus de eventuele tijd dat de werkgever voor de betreffende werknemer een premiekorting ontving.

  • LKV Arbeidsgehandicapten
    Als een werkgever een werknemer aanneemt met een WIA-uitkering, geeft dat recht op het LKV Arbeidsgehandicapten. Werknemers vallen onder voorwaarden ook onder deze LKV-doelgroep als zij na afloop van de WIA-wachttijd minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn, of als zij een WAO- of WAZ-uitkering hebben. De tegemoetkoming is maximaal € 6.000 per jaar. De maximale duur van de tegemoetkoming is 3 jaar minus de eventuele tijd dat de werkgever voor de betreffende werknemer een premiekorting ontving.

  • LKV Doelgroep Banenafspraak en scholingsbelemmerden
    Als een werkgever een werknemer onder de doelgroep Banenafspraak aanneemt, is er recht op het LKV Banenafspraak en scholingsbelemmerden. Dit betreft bijvoorbeeld mensen die onder de Participatiewet vallen en geen wettelijk minimumloon kunnen verdienen, mensen die op een reguliere werkplek werken met een Wsw-indicatie en Wajongers met arbeidsvermogen. Hetzelfde geldt voor zogenoemde scholingsbelemmerden, die de afgelopen 5 jaar door ziekte of gebrek belemmering hebben ondervonden bij het volgen van onderwijs. De tegemoetkoming is maximaal € 2.000 per jaar. De maximale duur van de tegemoetkoming is 3 jaar minus de eventuele tijd dat de werkgever voor de betreffende werknemer een premiekorting ontving.

  • LKV Herplaatsing Arbeidsgehandicapten
    Als een werknemer met een WIA-uitkering de werkzaamheden bij zijn huidige werkgever hervat, geeft dat recht op het LKV Herplaatsing Arbeidsgehandicapten. Werknemers vallen onder voorwaarden ook onder deze LKV-doelgroep als zij een WAO-uitkering hebben en de werkzaamheden bij de oude werkgever hervatten. De tegemoetkoming is maximaal € 6.000 per jaar. De maximale duur van de tegemoetkoming is 1 jaar minus de eventuele tijd dat de werkgever voor de betreffende werknemer een premiekorting ontving.

Om in aanmerking te komen voor een LKV moet een werknemer beschikken over een doelgroepverklaring. Indien een werknemer onder meerdere LKV’s valt, telt het LKV dat het recht geeft op de hoogste tegemoetkoming. De LKV’s over 2018 zullen in 2019 worden uitgekeerd.

Wettelijk minimum loon van toepassing op Overeenkomsten Van Opdracht

Het wettelijk minimumloon gaat per 1 januari 2018 ook gelden voor personen die tegen beloning werk verrichten op basis van een Overeenkomst Van Opdracht (OVO) tenzij zij fiscaal als ondernemer beschouwd worden. Een ontwerpwetsvoorstel om ook het wettelijk minimumloon voor andere overeenkomsten tegen beloning van toepassing te verklaren, is aangeboden aan de Raad van State. Beoogde ingangsdatum voor deze wet is ook 1 januari 2018.

Compensatieregeling oudere werknemers

De doelgroep van de compensatieregeling loonkosten bij ziekte van oudere en voormalig langdurig werklozen (no-riskpolis voor ouderen) wordt op 1 januari 2018 tijdelijk uitgebreid. De regeling wordt toegankelijk voor mensen die zijn geboren voor 1 januari 1962 en in 2018 of 2019 vanuit de WW als werknemer gaan werken. Voor deze mensen kan de werkgever een Ziektewet-uitkering van het UWV krijgen als ze ziek worden.

Wijziging premies Werknemersverzekeringen

De premies voor de Werknemersverzekeringen stijgen licht. Dit betreft wel nog voorlopige cijfers die in de loop van oktober door het UWV definitief worden vastgesteld.

De gemiddelde premie Werkhervattingskas zal in 2018 licht stijgen van 0,74% naar 0,75%. Ondanks deze stijging zal 58% van de werkgevers te maken krijgen met een lichte daling. Voor 21% van de werkgevers zal een stijging van toepassing zijn. De minimumpremie voor grote werkgevers (loonsom > € 3.280.000) zal gelijk blijven op 0,18%. De maximumpremie voor grote werkgevers zal stijgen van 2,96% naar 3,00%.

sdworx prinsjesdag 2017 5

Inkomensafhankelijke heffing en bijdrage ZVW 

De Inkomensafhankelijke heffing/bijdrage ZVW normaal gaat van 6,65% naar 6,90%. De verlaagde bijdrage ZVW voor zelfstandigen en gepensioneerden gaat van 5,40% naar 5,65%. De nominale rekenpremie wordt verlaagd van € 1.326 naar € 1.315. Het verplicht eigen risico gaat omhoog van € 385,- naar € 400,-.

 Premieoverzicht ZVW 2016 2017 2018 
 Inkomensafhankelijke bijdrage normaal (in %)   6,75   6,65  6,90
 Inkomensafhankelijke bijdrage verlaagd (in %)  5,50  5,40  5,65
 Nominale rekenpremie (in € )  1.288  1.326   1.315
 Verplicht eigen risico (in € )   285   385   400

AOW-leeftijd in 2018

In 2018 is de AOW-gerechtigde leeftijd 66 jaar.

Gerelateerde artikelen

refresh Meer artikelen