1. Home>
  2. Nieuws>
  3. Arbeidsrecht>

Wetsvoorstel: Wet werken waar je wilt

-Leestijd:: 4 Minuten

Tijdens de diverse corona-lockdowns hebben werknemers op basis van het overheidsadvies zoveel mogelijk vanuit huis gewerkt. Nu de coronacrisis (voorlopig) voorbij lijkt te zijn, blijkt de behoefte van werknemers om geheel of gedeeltelijk vanuit huis of een andere locatie te blijven werken groot. Hybride werken lijkt het nieuwe normaal te zijn geworden. Er ontstaan dan ook vaak discussies tussen werkgevers en werknemers, wanneer van de werknemers wordt verlangd dat zij weer volledig vanuit kantoor hun werkzaamheden moeten verrichten. Werknemers trekken nu nog vaak aan het kortste eind aangezien er geen recht op thuiswerken bestaat, maar hier gaat mogelijk met het nieuwe wetsvoorstel ‘Wet werken waar je wilt’ verandering in komen.

    Thuis werkende vrouw met kat

    Huidige situatie

    Op grond van de huidige Wet Flexibel Werken is het voor werknemers nu al mogelijk om een aanpassing van de arbeidsplaats te verzoeken. De Wet Flexibel Werken heeft het begrip arbeidsplaats als volgt gedefinieerd: “iedere overeengekomen plaats die in verband met het verrichten van arbeid wordt of pleegt te worden gebruikt door de werknemer”. De definitie van arbeidsplaats is breed geformuleerd, waardoor vele plaatsen – waaronder een thuiswerkplek of werken vanuit een kantoor van werkgever op een andere locatie – als arbeidsplaats kunnen dienen.

    Het verzoek om aanpassing van de arbeidsplaats is echter vrij summier geregeld in de wet, van de werkgever wordt enkel verwacht om het verzoek te overwegen. Er is verder geen criterium gesteld voor afwijzing van het verzoek (bijvoorbeeld het kunnen aantonen van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang). Hierdoor is het voor een werkgever vrij makkelijk om een dergelijk verzoek af te wijzen.

    Voorgenomen wijziging

    Om de positie van werknemers bij een verzoek om aanpassing van de arbeidsplaats te verstevigen, is het wetsvoorstel ‘Wet werken waar je wilt’ geïnitieerd, welke op 5 juli 2022 door de Tweede Kamer is aangenomen. Het wetsvoorstel ziet op een wijziging in de Wet Flexibel werken met betrekking tot het verzoek om aanpassing van de arbeidsplaats, waarbij voorwaarden worden gesteld aan afwijzing van het verzoek door de werkgever. Hierdoor kunnen werkgevers het verzoek niet meer zo makkelijk weigeren. Sterker nog, van werkgevers wordt zelfs verwacht om een verzoek om aanpassing van de arbeidsplaats in beginsel in te willigen. Op basis van het wetsvoorstel mag een verzoek om aanpassing van de arbeidsplaats alleen nog worden geweigerd wanneer de werkgever, gelet op alle omstandigheden van het geval, oordeelt dat zijn belangen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid daarvoor moeten wijken. Bij de ‘Wet werken waar je wilt’ gaat het dus om een individuele belangenafweging, de werkgever zal moeten beoordelen of zijn belangen naar redelijkheid en billijkheid opwegen tegen de belangen van de werknemer.

    De voorgenomen wet kent wel nog enkele uitzonderingen. De wet is namelijk niet van toepassing op werkgevers met minder dan 10 werknemers. Voor bepaalde functies is het ook niet mogelijk om vanuit huis te werken, daarvoor geldt dat werkgever dit verzoek kan weigeren op grond van de redelijkheid en billijkheid.

    Gevolgen voor de praktijk

    Als de wet in werking treedt, dan dient de werkgever het verzoek van de werknemer om de arbeidsplaats aan te passen op dezelfde wijze te behandelen als een verzoek tot aanpassing van de arbeidsduur of werktijd, uit hoofde van de Wet Flexibel Werken. Van werkgevers wordt dus in eerste instantie verwacht om een verzoek tot aanpassing van de arbeidsplaats in te wilgen, tenzij er voldoende redenen zijn om het verzoek af te wijzen. Om een goede belangenafweging te kunnen maken, is het belangrijk dat de werkgever goed doorvraagt naar de reden van het verzoek, zodat in de beslissing rekening wordt gehouden met alle omstandigheden van het geval.

    In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel zijn als voorbeelden van ‘werkgeversbelangen’ genoemd: sociale cohesie, samenwerking binnen teams en zware administratieve of financiële lasten voor de werkgever. Deze opsomming is niet limitatief. Zo is in het geval van een verzoek om in het buitenland te werken denkbaar dat (ook) andere belangen naar voren kunnen worden gebracht aan werkgeverszijde: bijvoorbeeld de onwenselijke situatie dat een buitenlandse rechter bevoegd wordt om over arbeidsgeschillen te oordelen. Ook zou door een werkgever naar voren kunnen worden gebracht dat in het beland niet op ene goede wijze uitvoering kan worden gegeven aan de Wet Verbetering Poortwachter in geval van arbeidsongeschiktheid. Naar verwachting zullen werknemers hier nog wel over gaan procederen en kan de rechtspraak meer duidelijkheid gaan bieden in welk geval een werkgever een verzoek om aanpassing van de arbeidsplaats mag afwijzen.

    Inwerkingtreding

    Momenteel is het wetsvoorstel in behandeling bij de Eerste Kamer. Wordt het wetsvoorstel door de Eerste Kamer aangenomen, dan zal het wetsvoorstel per een nog nader te bepalen datum in werking treden.

      Vragen, of hulp nodig?

      Heb je vragen over de nieuwe wetgeving? Plan een gratis digitaal kopje koffie in, mail ons op taxandlegal_nl@sdworx.com of stuur ons een WhatsApp op telefoonnummer 06-21970465.

        Marie-José
        DoorMarie-José Witkop-Junior Legal Consultant