De afgelopen jaren spraken rechters zich steeds vaker uit over de vraag: is iemand werknemer of zelfstandige? Van bezorgers tot consultants en van chauffeurs tot IT’ers. Elke uitspraak geeft nieuwe handvatten. Op 27 januari 2026 volgde opnieuw een belangrijke uitspraak rondom de Uber-chauffeurs.
Het Hof kiest voor maatwerk, niet voor één label
In 2021 oordeelde de Rechtbank Amsterdam dat Uber-chauffeurs werknemers zijn en dat de cao Taxivervoer geldt. Uber ging daarna in hoger beroep. Daarna mocht het Gerechtshof Amsterdam zich over de zaak buigen.
Het Gerechtshof is helder: je kunt de Uber-chauffeurs niet collectief als werknemer aanmerken. Je moet elke arbeidsrelatie apart beoordelen. De situatie van de chauffeurs verschillen te veel voor één algemeen oordeel.
Voor de chauffeurs in deze procedure oordeelt het Hof dat zij zzp’ers zijn en geen arbeidsovereenkomst hebben met Uber. Het Hof vindt namelijk dat deze groep chauffeurs duidelijke kenmerken hebben van ondernemerschap. Het Hof kijkt onder andere naar:
- Eigen investeringen, zoals de aanschaf van een auto.
- Vrijheid om zelf werktijden te bepalen en in te loggen.
- Ruimte om ritten te accepteren of te weigeren.
- Ondernemersrisico, zoals geen loon bij ziekte en eigen aansprakelijkheid.
- De chauffeurs konden via meerdere platforms tegelijk werken.
Geen algemeen oordeel, wel maatwerk
Het Hof zegt dus niet dat alle Uber-chauffeurs zelfstandigen zijn. In andere situaties kan de uitkomst anders zijn. Sluiten de feiten en omstandigheden van een chauffeur meer aan bij werknemerschap? Dan kan alsnog sprake zijn van een arbeidsovereenkomst.
De boodschap is duidelijk: er bestaat geen “one size fits all”.
Wat betekent dit voor jouw praktijk?
Deze uitspraak raakt niet alleen Uber, maar allerlei bedrijven die samenwerken met zzp-ers. Voor jou als opdrachtgever geldt:
- Beoordeel elke werkrelatie afzonderlijk.
- Vertrouw niet alleen op contracten, de invulling en uitvoering is nog belangrijker.




